Menu

‘Weet je? Jezus, die heb ik nog wel. Maar God? Dat kan ik me gewoon niet voorstellen!’ zei hij verloren. Ik wist even niet hoe ik daar op in kon gaan. Soms zijn het de vreemdste invallen die een gesprek over geloven een stap verder brengen.
Lees verder

We waren met z’n drieën ongeveer al een kwartier in gesprek over wat geloof nu eigenlijk is. Twee christenen en een agnost; hij gelooft wel in iets, maar dat is zeker niet een iemand. En toen kwam die uitspraak. En mijn reactie was dacht ik spontaan, maar achteraf zeker ingegeven. We stonden op een groot grasveld en ik plukte een handje gras en legde het in zijn hand. ‘Hier’, zei ik, ‘zie je God in’. En hij stond me aan te kijken alsof hij water zag branden. ‘Dit is gewoon gras, wat is daar bijzonder aan?’ gaf hij als reactie. ‘Dat als je het water geeft en licht en lucht dat het groeit. Het is niet doods, het leeft, en al het leven komt bij God vandaan. In al het leven zie je iets terug van de Schepping door God, zie je God’ antwoorde ik alsof ik erover had nagedacht.

We waren er alle drie even stil van. Opeens was het duidelijk dat wat ik en de andere christen als zo vanzelfsprekend ervaren voor de agnost een openbaring was. We waren al een tijdje best wel moeilijke en grote woorden aan het gebruiken, veel vanuit ons hoofd bezig, toen hier de eenvoud zoveel sterker bleek dan de kundigste redenering. Het zo makkelijk te verwaarlozen handje geplukt gras laat nog steeds het wonder en de kracht van de Schepping zien. Het is zo alledaags en zo nietig, dat je er bijna niet bij stilstaat hoe bijzonder het leven is.

Die realisatie had ik blijkbaar voor mijzelf nodig, misschien nog wel meer dan de agnostische jongen. Ook ik ben me niet altijd bewust van het bijzondere, het heilige, waar God ons in laat leven. Om een gelijkenis van Jezus aan te halen van hoe ik me voelde: ik liep wel steeds met een olielampje rond, maar de olie had ik al een tijdje niet meer meegedragen. Anders gezegd: ik vertrouw op Jezus, maar was me er niet meer bewust van hoe bijzonder dat eigenlijk is. Ergens ben ik in een automatisme terecht gekomen dat geloof in God gewoon is. Het ervaren als iets buitengewoons was ondergesneeuwd. Iets dat ik niet meer hoefde te belijden of te onderhouden. Het was er gewoon. Wat deze ontmoeting bij mij weer heel bewust heeft gemaakt is dat ik vanuit dat automatisme voor niet christenen niet te begrijpen ben. Voor hun spreek ik dan een taal waar ze geen houtje aan vast kunnen knopen. Dit gesprek in de week voor Pasen heeft mij weer laten ervaren hoe wonderlijk het is om uit te spreken dat ik op God vertrouw. Plus dat het mij een les heeft geleerd: gras is een middel om over God te kunnen praten en geloof te delen.

afbeelding: wikipedia

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Teamleden van Jeugdwerk Steunpunt