Menu

Zoals wij tieners omschrijven, vind je die grofweg vanaf groep 8 t/m de 2e klas van de middelbare school. Die overgang naar de middelbare school verdeelt tieners in twee groepen: de jonge onderzoekers en de kritische identiteitszoekers.

Jonge onderzoekers

Waar kinderen in hoofdzaak van volwassenen overnemen wat goed of fout is, beginnen jonge tieners met het ontwikkelen van een eigen moreel oordeel. Een moreel oordeel dat in aanvang zwart-wit en goed-fout denkt. Dat maakt dat jonge tieners nieuwsgierig bezig zijn met de vraag ‘Waar gaat het precies over?’ en het liefst zo concreet mogelijke informatie willen. Informatie die ze (on)bewust indelen in goed-fout, leuk-saai, fijn-stom.

Op basis van die indelingen maken tieners keuzes over wie ze willen zijn en hoe ze de wereld willen zien. Die keuzes worden ook gestuurd door de groep waar ze bij willen horen. Ze zoeken bevestiging van hun zelfbeeld en hun wereldbeeld bij leeftijdsgenoten in gedeelde hobby’s en sporten, kleding en uiterlijke zaken en de schoolkeuze in groep 8. Zo ontstaan er groepjes waarin tieners zichzelf herkennen. Groepjes waarin ze in uiterlijk en gedrag soms erg op elkaar proberen te lijken.

Kritische identiteitszoekers

Het indelen van hun leefwereld gaat in de brugklas verder, niet langer als de oudste op school maar als de jongste. Die overgang naar de middelbare school vraagt van tieners om het beeld dat ze van zichzelf in groep 8 hadden opnieuw te bekijken. Ze lopen er tegenaan dat wat in groep 8 zo vanzelfsprekend was, opeens niet meer lijkt te passen. Zo kan een tiener de groep rondom een gedeelde hobby ineens vaarwel zeggen om bij een groep op school aan te sluiten. Een groep die ‘beter’ aansluit bij hoe de tiener zichzelf op dat moment ziet. De reden van zo’n keuze is voor de meeste tieners nog lastig onder woorden te brengen. Ze laten vooral in hun idolen en hun spullen zien wie ze zouden willen zijn. Onder andere door wat ze kinderen in hogere klassen zien doen, gaan tieners zich bewuster laten leiden door de vraag ‘Wat vind ik er eigenlijk van?’.

Kansen

In de ondertussenheid, waarin overtuigingen en zekerheden twijfelachtig zijn geworden, ontwikkelen juist tieners dus een overtuiging op grond van hun eigen tijdelijke goed-fout zekerheden.

De kansen voor het jeugdwerk liggen daarom in het stimuleren van het onderscheidingsvermogen van tieners. Tieners krijgen namelijk heel veel informatie aangeboden en wat ze niet krijgen zoeken ze op met hun smartphone. Gratis Wi-Fi wordt dan ook als een echte levensbehoefte ervaren. Maar wat ze dan allemaal aan informatie kunnen vinden is absoluut niet waarde-/oordeelvrij. Wat tieners helpt in het ontwikkelen van hun identiteit en een voorlopig wereldbeeld, is het duidelijk uit elkaar houden van de vragen ‘Waar gaat het precies over?’ en ‘Wat vind ik er eigenlijk van?’.

Als tienerleider krijg je in het samen overleggen met tieners, over die twee vragen de kans om aan de ene kant te laten zien dat informatie niet altijd waarde-/oordeelvrij is. Aan de andere kant kun je vanuit jouw christelijke overtuiging laten horen wat jouw waarde/oordeel is, zolang je er maar eerlijk over bent dat het jouw mening is. Doe dat wel ontspannen.

Over wat jongeren anders maakt dan tieners lees je in het artikel over jongeren (link hieronder).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Teamleden van Jeugdwerk Steunpunt